Aan deze pagina wordt nog gewerkt.
Stadsduif
De alledaagse vogel die allesbehalve gewoon is
Wetenschappelijke naam: Columba livia f. domestica
Leefgebied: Wereldwijd, vooral in stedelijke gebieden, dorpen, pleinen en parken
Herkenning: Zeer variabel; vaak blauwgrijs met groene en paarse glans op de hals, ogen zijn geel, oranje of wat roodachtig
Karakter: Sociaal, slim, opmerkzaam en aanpasbaar
Lievelingseten: Granen, zaden en peulvruchten
Levensverwachting: Tot wel 20 jaar, in het wild gemiddeld 3 tot 6 jaar
Gezang/Roep: zeer laag en rollend gekoer "koerrr koerrr''
Postuur: 30-36 cm / spanwijdte: 62-72 cm / 240-380 gr
Relatiestatus: Een partner voor het leven
Bijzonder talent: Meester in navigeren
Levensmotto:
De stadsduif is zo'n vogel die we regelmatig in onze steden, parken, op de pleinen, langs straten en in onze tuinen tegengekomen. Ze zijn slim, sociaal en hebben geleerd om zich staande te houden in een omgeving die door mensen is gemaakt. Oorspronkelijk komt hij voort uit de rotsduif en door de lange geschiedenis die mensen met duiven hebben, zijn ze inmiddels vaste bewoners van onze steden geworden. Stadsduiven zijn verwilderde nakomelingen van gedomesticeerde huisduiven.
Duiven staan al eeuwenlang symbool voor vrede en liefde. Toch heeft juist de stadsduif vandaag de dag geen al te beste reputatie. Misschien komt dat doordat we ze zo vaak zien en daardoor nauwelijks nog echt naar ze kijken.
Voor mij zijn stadsduiven meer dan alleen maar vogels die we dagelijks tegenkomen. Ze leven letterlijk naast ons en zijn daarmee eigenlijk onze kleine buren. Ik vind dat deze lieve en gevoelige vogels wat meer aandacht en liefde verdienen. Ze hebben zich aangepast aan een wereld die grotendeels door de mens is gevormd en proberen daarin, net als ieder ander dier, hun weg te vinden. Wanneer je wat langer naar ze kijkt, ontdek je een sociale, zachte, trouwe en verrassend interessante vogel. Misschien kijkt de één en ander na het lezen van deze pagina de volgende keer net even anders naar de duif op straat.
Verenkleed
Wie goed kijkt, ziet dat een stadsduif helemaal niet zomaar grijs is. Het verenkleed kan sterk verschillen; van blauwgrijs en donker tot wit, bruin en bont. Soms is geen één kleurtekening hetzelfde. Bij de bekende grijsblauwe duif valt vooral de groen-paarse glans op de hals op. Die verandert steeds met het licht en wanneer de duif beweegt. De kleur ontstaat door de bijzondere structuur van de veren, die het licht op verschillende manieren weerkaatst. Het witte bobbeltje op de snavel heet een neusdop. Bij jonge duiven is die vaak nog roze, terwijl hij bij volwassen duiven wit is.
De veren houden de duif warm en beschermen hem tegen weer en wind. Tijdens de rui worden oude veren geleidelijk vervangen door nieuwe. Omdat het leven op straat niet bepaald schoon is, krijgen de veren regelmatig een laagje stof en vuil. Daarom besteden de duiven behoorlijk wat tijd aan het verzorgen van hun verenkleed en vinden ze het ook heerlijk om even te badderen in een waterplas.
Het is trouwens best lastig om het vrouwtje van het mannetje te onderscheiden. Het mannetje is vaak iets groter en breder en heeft ook een bredere snavel en nek. Het vrouwtje is vaak wat smaller en gedraagt zich doorgaans ook wat rustiger en terughoudender dan het mannetje. Maar je kan het niet altijd met 100 procent zeggen.
Levenswijze
Stadsduiven zijn de ultieme aanpassers. Deze intelligente en sociale dieren stammen rechtstreeks af van de wilde rotsduif. Waar hun voorouders nestelden in de ruige natuur, moeten de stadsduiven van nu het doen met de 'rotsen' van de mens: betonnen richels, spoorbruggen en balkons.
Ze zijn ontzettend honkvast en bouwen een diepe band op met hun vaste rustplekken. Toch is hun leven in de stad geen vetpot, maar een constante overlevingsstrijd. Met hun sterke geheugen brengen ze de stad feilloos in kaart, op zoek naar eten en veiligheid. Maar omdat gezond voedsel in de binnenstad nauwelijks te vinden is, moeten ze dag in dag uit de drukte en het gevaar trotseren. Ze vliegen kilometers ver, niet omdat ze dat willen, maar omdat ze simpelweg moeten overleven op wat wij overbevolkte straten achterlaten.
Het biologische kompas
Wat de levenswijze van duiven echt fascinerend maakt, is hun navigatievermogen. Een duif verdwaalt vrijwel nooit. Modern onderzoek toont aan dat een duif niet op één kompas vliegt, maar beschikt over een high-tech navigatiesysteem waarin verschillende zintuigen samenwerken:
- De zon als gids: Op heldere dagen bepaalt de duif zijn koers aan de hand van de stand van de zon. Dankzij een interne klok corrigeert hij zijn route automatisch wanneer de zon gedurende de dag verschuift.
- Het aardmagnetisch veld: Is het bewolkt? Dan schakelt de duif over op zijn magnetische kompas. Speciale ijzerrijke cellen in zijn lichaam werken als magnetische sensoren.
- Een geurkaart op de wind: Duiven ruiken letterlijk hun weg naar huis. Ze onthouden de unieke geursignaturen die de wind meebrengt uit verschillende windstreken en bouwen zo een mentale geurkaart op van hun leefgebied.
- Geluid en wegen: Tot slot luistert de duif naar de aarde. Met zijn supergehoor vangt hij infrageluid op: lage trillingen van de zee, verre stormen én het trillen van stadsverkeer. Pas als hij heel dichtbij is, schakelt hij over op herkenbare visuele punten zoals specifieke gebouwen, wegen of spoorlijnen.
De stadsduif navigeert dus door een onzichtbare wereld vol magnetische banen, geurstromen en echokaarten waar wij als mens alleen maar van kunnen dromen.
Voeding
Wie een stadsduif op de markt ziet pikken naar een verdwaald frietje, denkt al snel dat het dier niks tekort komt. Maar schijn bedriegt. In de moderne binnenstad is het qua voeding voor de stadsduif eerder overleven dan echt leven.
Van nature zijn duiven pure zaad- en graaneters. Ze zoeken hun plantaardige voedselbronnen op de grond. Om die te vinden, vliegen ze soms kilometers buiten de stad naar akkers of braakliggende terreinen. Hun lichaam is hier perfect op gebouwd. Zo heeft een duif een krop: een rekbare uitstulping van de slokdarm onder aan de nek die dient als tijdelijke voedselopslag. Daardoor kunnen duiven in één keer veel voedsel opnemen. Daarna gaat het naar de klier- en spiermaag. Om die harde zaden en granen goed te verteren, slikken duiven kleine steentjes die het voedsel als een ingebouwde maalmachine fijnmalen. Wist je dat een duif ook een unieke manier van drinken heeft? In tegenstelling tot veel andere vogels hoeft hij zijn kop niet steeds omhoog te bewegen om het water door te slikken. Een duif zuigt het water als het ware op terwijl zijn snavel in het water blijft.
De bittere realiteit van de straat
In de praktijk krijgt de stadsduif echter zelden de zaden en granen waar zijn lichaam om vraagt. Duiven komen op straat namelijk veel te gemakkelijk in aanraking met menselijk afval. Brood, patat en andere etensresten zijn een snelle hap, maar vormen een ongezonde vervanging voor hun natuurlijke dieet.
Wat een duif eet, zie je uiteindelijk ook terug in zijn ontlasting. Waar een duif met gezonde voeding een kleine, stevige keutel achterlaat, zorgt het stadsdieet, de stress en het voedseltekort voor zogenaamde hongerpoep: dunne, groenige ontlasting. Het is het ultieme bewijs dat de stadsduif op straat niet leeft, maar puur probeert te overleven.
Liefde en broeden
Duiven staan niet voor niets symbool de liefde. Stadsduiven vormen vaak een hechte paarband en blijven doorgaans lange tijd bij dezelfde partner. Ze zoeken elkaar op, poetsen elkaars veren en geven elkaar kleine kusjes. Ook bij het grootbrengen van hun jongen werken ze samen.
Stadsduiven kunnen het hele jaar door broeden, zolang de omstandigheden gunstig zijn. Ze maken hun nesten meestal op beschutte plekken zoals richels, balkons, onder daken of bruggen en op andere bouwwerken. Het vrouwtje legt meestal twee witte eieren, waarbij pas echt begint te broeden als het tweede ei in het nest ligt. Beide ouders broeden de eieren uit en wisselen elkaar daarbij af. Na ongeveer 17 tot 19 dagen komen de duivenjongen uit.
Beide ouders maken in hun krop een speciale voeding aan: duivenmelk. Deze voedzame, zachte substantie wordt aan de jongen gevoerd en zorgt ervoor dat ze in korte tijd flink groeien. Zowel vader als moeder kan deze duivenmelk produceren. De jongen blijven nog een tijdje veilig in het nest terwijl hun ouders voor hen zorgen. Na ongeveer vier weken zijn ze meestal groot genoeg om het nest te verlaten. Na het verlaten van het nest worden ze nog enige tijd door hun ouders bijgevoerd. Ze zien er dan soms al bijna uit als een volwassen duif, maar moeten hun wereld nog helemaal zelf leren kennen.
Slim & sociaal
Duiven zijn ontzettend slimme wezens. Wetenschappers kregen het in 1981 na een korte, gerichte training zelfs voor elkaar dat stadsduiven een stip op hun eigen lichaam via de spiegel wisten te vinden. Waar veel andere vogels bijvoorbeeld hun eigen spiegelbeeld agressief aanvallen omdat ze een indringer zien, blijven duiven er juist heel rustig onder.
Daarnaast zijn ze meesters in het herkennen van ingewikkelde vormen, patronen en letters. Wetenschappers ontdekten zelfs dat duiven moeiteloos het verschil zien tussen een schilderij van Monet en Picasso. Zelfs als ze een kunstwerk nog nooit hebben gezien, pikken ze de juiste stijl er zo uit!
Dat scherpe brein gebruiken ze ook in hun sociale contacten met ons. Omdat ze al duizenden jaren met de mens samenleven, hebben ze geleerd om menselijke gezichten te herkennen. Ze onthouden moeiteloos wie hen regelmatig voert én wie hen wegjaagt, zelfs als die personen van kleding wisselen! Let er maar eens op als je ze fotografeert of als je vaker in contact bent met de stadsduif: zodra ze je eenmaal herkennen als een veilige factor, veranderen ze van schuwe vogels in vrienden die je heel dichtbij laten komen.
Maar hun intelligentie stopt niet bij de mens; ook onderling hebben ze een complex sociaal leven.Binnen een groep zijn stadsduiven voortdurend met elkaar in gesprek. Ze zoeken elkaar op en communiceren met roepjes en lichaamstaal. Soms zie je ze vredig samen op een dakrand zitten, terwijl ze op andere momenten fel achter elkaar aanjagen. Ook hun favoriete rust- en voederplekken worden goed verdedigd tegen concurrenten.
Wanneer een duif zijn territorium claimt of indruk wil maken op een partner, trakteert hij zijn omgeving op een indrukwekkend schouwspel. De vogel maakt al draaiend pirouettes en laat een karakteristiek, diep rollend gekoer horen. Let er maar eens op: ze zetten hun nekveren op om groter te lijken, maken snelle pikbewegingen naar de grond en slaan soms krachtig met hun vleugels.
Stadsduiven en de mens
De geschiedenis van de stadsduif en de mens gaat duizenden jaren terug. Duiven behoren tot de oudste huisdieren die door mensen zijn gehouden. Zoals al eerder beschreven stammen onze huis- en sierduiven van de rotsduif af. Door de eeuwen heen hebben mensen duiven voor verschillende doeleinden gefokt en gehouden: voor hun vlees en eieren, voor hun veren, als postduif en later ook voor wedstrijden en hun bijzondere uiterlijk.
Vooral de postduif was lange tijd een belangrijke boodschapper. Duiven beschikken over een bijzonder goed oriëntatievermogen en kunnen van grote afstanden hun eigen thuis weer terugvinden. Een van de beroemdste postduiven Cher Ami bracht zelfs in de Eerste Wereldoorlog zo'n belangrijk bericht, dat het heel wat mensenlevens heeft gered.
Maar de wereld veranderde. Met de komst van moderne communicatiemiddelen waren duiven steeds minder nodig als boodschapper. Sommige ontsnapten of werden losgelaten en vonden in gebouwen, bruggen en andere bouwwerken plekken die leken op de rotsachtige omgeving van hun voorouders.
Veel mensen zien de stadsduif tegenwoordig vooral als overlast. Ze poepen op gebouwen, standbeelden, terrassen en men is bang dat duiven daardoor gebouwen en monumenten beschadigen. Maar uit een onderzoek uit 2004 door de Technische Universiteit Darmstadt is juist gebleken dat duivenpoep geen noemenswaardige schade aan minerale bouwmaterialen veroorzaakt. Stadsduiven worden op veel plaatsen liever weggejaagd dan welkom geheten. In sommige steden geldt zelfs een voerverbod. Dat klinkt voor sommige misschien logisch wanneer er sprake is van overlast, maar het roept ook een andere vraag op: wat gebeurt er met de dieren wanneer we ze eerst onderdeel van onze steden hebben gemaakt en ze vervolgens alleen maar als probleem gaan zien? Immers heeft de stadsduif niet zelf besloten om tussen onze gebouwen te gaan wonen. Wij mensen hebben hun eeuwenlang gehouden, gefokt en verspreid en hebben daarom ergens ook een verantwoordelijkheid voor deze bijzondere wezens.
Het Augsburger Modell
In sommige steden wordt daarom gezocht naar een manier om mens en duif beter met elkaar te laten samenleven. Een voorbeeld daarvan is het Augsburger Modell in Duitsland. In Augsburg zijn speciale, beheerde duiventillen en duiventorens ingericht. De duiven krijgen daar geschikt voedsel en vers water en kunnen er veilig rusten en broeden. Wanneer ze eieren leggen, worden de echte eieren vervangen door kunsteieren. Zo kunnen de duiven hun natuurlijke broedgedrag uitvoeren, maar komen er minder jongen bij. De duiven blijven bovendien grotendeels op de plek waar ze verzorgd worden. Zo hebben de duiven een eigen vast en veilig plekje met gezond voedsel.
Wist je dat?... De leukste feiten
- Wist je dat duiven een bijzondere manier van drinken hebben? Waar andere vogels telkens hun kop achterover moeten kantelen om te slikken, kan een duif het water direct opzuigen.
- Wist je dat duiven moeiteloos mensen kunnen herkennen en van elkaar kunnen onderscheiden? Zelfs als je andere kleren aantrekt, weten ze precies wie het goed met ze bedoelt en wie er wat lekkers voor ze bij zich heeft.
-
Wist je dat duiven hun jongen voeren met kropmelk? Zowel de vader als de moeder maakt deze vloeistof aan met speciale cellen in hun eigen krop. Het grote voordeel hiervan is dat ze hun kuikens het hele jaar door kunnen voeden, ongeacht welk voedsel er buiten te vinden is. Hierdoor groeien de jongen in recordtempo en zijn ze binnen no-time groot!
- Wist je dat duiven infrageluid kunnen waarnemen? Dit zijn geluidsgolven die zo laag zijn dat het menselijk oor ze fysiek niet kan horen. Duiven horen hierdoor vanaf honderden kilometers afstand al golven breken op de kust en voelen een storm of onweer lang van tevoren aankomen. Wetenschappers vermoeden dat ze deze lage trillingen zelfs gebruiken als een soort onzichtbare landkaart om feilloos de weg naar huis te vinden!
Niet iedere duif die op straat rondloopt, is een stadsduif.
Ook tegenwoordig zijn er nog veel duiven die speciaal door mensen worden gehouden. Wedstrijdduiven worden getraind om na een vlucht vanuit een andere plaats terug te keren naar hun thuis. Soms lukt dat niet en dan blijft de duif verdwaald en verzwakt achter. Dan belandt deze sier- of wedstrijdduif op straat. Vooral sierduiven kunnen kwetsbaar zijn wanneer ze hun hok kwijtraken. Sommige rassen zijn zo sterk op hun uiterlijk gefokt dat ze minder goed kunnen vliegen en niet zelfstandig naar voedsel kunnen zoeken. Denk bijvoorbeeld aan rassen met korte snavels, extreem veel veren of een bijzondere lichaamsbouw. Omdat vooral de witte sierduiven ook een symbool voor liefde zijn, worden ze nog regelmatig als decoratie gebruikt bij trouwerijen. Ook hier is het leven van de duiven niet zonder risico's en wordt dit erg kritisch bekeken.